Samenleven is de vreemdeling zien als een kans en niet als een risico (Knack, 5 augustus 2017)

solidarite-invisible‘De wereld is steeds meer geconnecteerd, maar de mensen plooien zich – paradoxaal – tegelijkertijd ook steeds meer terug op de eigen identiteit,’ schrijft minister van Staat André Flahaut. Met de vluchtelingencrisis in het achterhoofd pleit hij voor een internationale politiek gebaseerd op solidariteit en burgerschap.

Onlangs had ik de gelegenheid om in De Morgen de brutale en blinde politiek van Theo Francken (N-VA) inzake asiel en migratie aan de kaak te stellen. In deze vrije tribune wil ik aan een aantal waarden herinneren die dezer dagen maar al te vaak worden miskend en internationale solidariteit, een waarde die we hard nodig hebben, belichten.

Zoals op andere terreinen van politiek moeten ook in de internationale betrekkingen de burgers en volkeren, vrouwen en mannen van deze tijd het centrum van onze zorg zijn. We mogen ze niet langer zien als een abstract en vrijblijvend gegeven of als een gegeven van wisselend belang. Hun aspiraties, hun twijfels, hun vrees en hun hoop mogen ons niet onbekend voorkomen en we kunnen evenmin hun fundamentele behoeftes naast ons neerleggen. Het is onze dwingende plicht om er aandacht voor te hebben en ze te beantwoorden zonder uitvluchten en zonder paternalisme. De legitimiteit, de pertinentie en de geloofwaardigheid van ons politiek bestuur staan op het spel. In België, maar ook elders hangt de toekomst van de democratie er van af.

Een humanistische en progressieve opstelling

We moeten ons verzetten tegen de zogenaamde top down-benadering en in tegendeel een progressieve aanpak huldigen, gebaseerd op solidariteit, luisterbereidheid en respect. Zo’n humanistische bottom up-aanpak is de enige manier om pragmatisch de zware uitdagingen van onze ontwrichte wereld aan te pakken. De wereld is steeds meer geconnecteerd, maar de mensen plooien zich – paradoxaal – tegelijkertijd ook steeds meer terug op de eigen identiteit. De internationale contacten worden steeds maar intenser, maar tegelijkertijd worden door sommigen nieuwe muren voorgesteld als mirakeloplossingen, terwijl ze eigenlijk de basis voor ons samenleven ondermijnen.

Tegenover die omgekeerde logica moeten we de weg bewandelen van de verbondenheid en de nabijheid. Als politieke mandatarissen moeten we werken om de banden van vertrouwen en samenwerking te herstellen tussen de instellingen en het sociale weefsel, de burgers, het middenveld en de lokale besturen. Met hen moeten we ook aan de internationale politiek bouwen, vertrekkend vanuit heel concrete situaties en problemen. Met hen moeten we een weg naar meer broederlijkheid, verstandhouding en welvaart zoeken om die wereld zonder grenzen te creëren. Met hen kunnen we ook trachten een meer menselijke orde te scheppen in de ons omringende chaos en misschien kunnen we licht doen schijnen in deze duistere uren van onze democratie.

Een net weven

Als progressieve socialist, blijft voor mij het weven van een fijnmazig net van menselijke betrekkingen het belangrijkste element om ons ‘samenleven’ en de opening naar de ‘andere’ mogelijk te maken. ‘Samenleven’ is de andere, de vreemdeling, de politieke vluchteling of de vreemde werknemer zien als een kans en niet als een risico. Het is een gemeenschap van waarden en lotsverbondenheid nastreven. Het is vorm geven aan een gemeenschapsgevoel, wat ook de incidenten zijn die ons te beurt vallen. Omdat zij nieuwe vormen van engagement en actie zoeken, staan jongeren bijzonder open voor zo’n project van internationale solidariteit.

Solidariteit is voor mij al lang hét basisbegrip en moet de hoeksteen vormen van de Noord-Zuid, Zuid-Noord en Noord-Noord en ook de triangulaire samenwerking. Dit ‘partnerschap’ moet gebouwd worden op wederzijdse kennis en vertrouwen, op gedeelde ervaringen en burgergevoel.

Op die manier zullen in mijn ogen zulke samenwerkingsverbanden de beste basis voor duurzame internationale vrede vormen. Het is ook de beste manier om een evenwichtige en respectvolle economische samenwerking te organiseren, waarbinnen lokale initiatieven (bv. via onderwijs of intercommunales) kunnen floreren. Dit laatste staat garant voor coherentie en efficiëntie.

De menselijke factor vs. cijfers: een samenwerkingslogica

In feite vormen solidaire samenwerkingsverbanden voor België en de Gewesten een geweldige kans om zich internationaal te herpositioneren. Ik stel mijn hoop in dit verband op een veel proactiever en moediger beleid dan tot nu toe het geval is. Zo’n beleid moet gedragen worden door een toekomstgerichte visie op internationale betrekkingen. Omwille van zijn geschiedenis heeft België, vooral Franstalig België geprivilegieerde betrekkingen met Afrika, vooral het Afrika van de Sahel, de Grote Meren en de Zuidelijke Middellandse Zee. Die betrekkingen moeten we absoluut ontdoen van de oude neokolonialistische reflexen, versterken en hen ten dienste stellen van de economische ontwikkeling van de bevolkingen van de landen uit het Zuiden.

Ook de deelstaten beschikken over actiemiddelen waarmee ze op de internationale scene kunnen handelen – soms zelfs meer dan de Federale Staat. De middelen waarover ik het hier heb, behoren – ten minste gedeeltelijk – tot hun bevoegdheden. Franstalig België moet zich inzetten om die waarden, belangen en principes uit te spelen ten overstaan van de vertegenwoordigers van het noorden van het land. De Franstaligen moeten, ook in Europa, de menselijke factor voor de cijfers laten gaan.

Europa versterken, de vrede waarborgen

Het is onontbeerlijk om in Europa de democratie te dynamiseren; om het gevoel deel te hebben aan en te behoren tot die Unie, die drager is van vrede en welvaart, te vergroten. Daarvoor moet het Parlement echte bevoegdheden krijgen en moet het aanzien en de legitimiteit ervan worden verhoogd, zonder afbreuk te doen aan de soevereiniteit en de cultuur van de mensen. De stemplicht, de uitbreiding van het Erasmusprogramma en van de Europese vrijwilligers zijn pistes die verder moeten bekeken worden. Ook hier heeft Franstalig België een rol te spelen.

Voor het overige nopen vredeshandhaving en internationale stabiliteit, evenals de bescherming van de publieke vrijheden tot investeren in een coherent en op solidariteit gebaseerd defensie-en veiligheidsbeleid. Dat beleid moet pragmatisch en complementair zijn. Elk van de betroffen organisaties, UNO, NAVO, EU en andere regionale organisaties moet zijn specifieke diplomatieke en militaire rol hebben. Daarbij moet het steeds duidelijk zijn dat een militaire operatie slechts zin heeft als middel om de omstandigheden te scheppen voor een diplomatiek optreden.

Tegenover diegenen die ‘steeds meer’ bepleiten, wat vaak leidt tot escalerend geweld, wil ik pleiten voor ‘beter samen’. Samen beter doen betekent in een logica van gemeenschappelijke defensie werken; nutteloze investeringen vermijden evenals rigide militaire verplichtingen; interoperabiliteit tussen de verschillende legers garanderen; op transparante basis werken voor een redelijk ambitieniveau.

Naar een Europese Defensie

Voor een klein land als België is een Europese defensie, gebaseerd op gecoördineerde aankopen, het wenselijke kader, zowel voor de nationale veiligheid als de leefbaarheid van onze industrie. Deze Europese defensie – die moet kunnen beschikken over een Europese Militaire Academie en een Agentschap voor militaire aankopen – is helemaal niet in tegenspraak met de NAVO. In tegendeel: ze zal de acties en de slagkracht ervan aanvullen en versterken.

Hoe dan ook, de Belgische legermacht, zelfs gereduceerd, blijft een sterke en ervaren macht. Dat weten ook onze partners. Maar we moeten realistisch blijven: we kunnen niet geloofwaardig zijn op alle terreinen en op alle fronten. Om onze krachten niet al te zeer te versnipperen, kan ik mij voorstellen dat onze defensie bijvoorbeeld een hospitaalschip zou uitbaten, of aan ontmijningsprogramma’s zou deelnemen, of luchttransport en tanken in de lucht, of nog inlichtingen en strijd tegen cybercriminaliteit, of dronetechnologie. Op al die domeinen staan wij vooraan. De troeven van onze Defensie en van onze militairen zijn vooral het voorbereiden en plannen van bijzondere operaties, speciaal bedoeld voor de civiele maatschappij, op zowel nationaal als Europees en internationaal vlak.

Als socialist en Europeaan wil ik in die richting verder werken, op basis van solidariteit en partnerschap.

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *