RWANDA 1994-2019, de herinnering aan een onnoembare tragedie

Tussen 6 april en 4 juli 1994 heeft Rwanda een immense tragedie gekend, die vandaag wordt erkend onder de schrijnende naam van volkerenmoord. Dit conflict is deel van een lang historisch proces waarvan we de draagwijdte niet hebben beseft, niet hebben zien aankomen en de gevolgen niet hebben voorvoeld of hebben kunnen indijken.

De UNO heeft het aantal dodelijke slachtoffers op achthonderd duizend geschat, vooral Tutsi’s, en het aantal gewonden en vluchtelingen op drie miljoen.

Tien Belgische para-commando’s hebben er het leven bijgelaten.

Wat ons vandaag, vijfentwintig jaar later verenigt, is de lange lijdensweg van de overlevenden, de families, een volk. Verwarde en pijnlijke herinneringen zijn blijven hangen, vragen over wie, waarom en wanneer. Wanneer hebben wij de blik afgewend? Wanneer hebben wij de orkaan van onverdraagzaamheid en onrechtvaardigheid weggewuifd?

Die vragen laat ik aan de geschiedkundigen, de experten, de analisten en de sociologen. Ik kijk naar het Rwanda van vandaag en ik zie de toekomst van een land dat onmiddellijk na het drama besloten heeft zijn lot en zijn verleden in eigen hand te nemen, zonder echter te vergeten.

Ik heb altijd de behoefte gevoeld deel te nemen aan de verwerking van deze herinneringen, ten persoonlijke tittel, maar ook in het kader van mijn politieke verantwoordelijkheden. Ik heb die verwerking altijd willen zien, niet als boetvaardigheid, lamentos en de al te gemakkelijke litanieën van “nooit meer”, maar als een herinnering die verenigt, niet als een aanklacht. Meer als heropbouwen dan beschuldigen, meer een verzoening dan het confronteren van de oude tegenstellingen.

Ik hoed mij voor de minste inmenging in de Rwandese politiek, maar ik wil de geslaagde keuze erkennen: verzoening is mogelijk zonder te vergeten; zonder te zeggen dat de rouwperiode voorbij is; zonder de gemakkelijke oplossingen te zoeken van onverschilligheid of een schandelijk vergeten.

Het leven moet op een bepaalde dag de bovenhand krijgen, opdat de dood niet zou krijgen wat ze niet genomen heeft.

Vanaf 1933 is de jacht op de Joodse mensen georganiseerd, eerst in Duitsland, dan in de rest van Europa. In 1994 die van de Tutsi’s in Rwanda, vandaag die van de Rohinga’s in Myanmar. Er zijn er altijd die bereid zijn deel te nemen aan oefenin collectieve haat, maar ook om te vluchten en, hoe dan ook te overleven.

Een lange optocht van opgejaagde, vernielde en gemutileerde levens vlucht de verbanning en het knekelhuis. Sommigen vinden rust op een begraafplaats, in een crypte of een necropolis. Anderen moeten met onze woorden de lijkwade weven voor de duizenden en duizenden geslachtofferde lichamen die geen rustplaats hebben gevonden.

De herinnering is een eerbetoon, maar is ook de drijvende kracht die ons helpt om te handelen. Het is strijd voeren voor een leerproces. Het is ons blijvend vragen stellen over de hallucinante capaciteit die de mens heeft om zijns gelijke te vernietigen, dus ook zichzelf.

Wat mij betreft, wil ik geloven in de ultieme zinsbegoocheling van “dit nooit meer”. Zo alleen zijn we gedwongen haar te verwezenlijken, meer nog dan er noodzakelijk in te geloven.

In Kigali heb ik een gedenkplaats gecreëerd voor de Belgische para’s die in 1994 werden gedood: tien stenen zuilen in een cirkel, gebroken zoals hun levens. Ze symboliseren wat ze voor hun naasten en voor ons land hebben betekend. Onze rotsvaste herinnering wordt zo verzinnebeeld.

Er staat ook een elfde zuil, niet in overtal maar tegelijk eenmalig en eenzaam, gelijkend en symbolisch. Hij is gewijd aan alle slachtoffers van alle genocides. Dus ook aan de Rwandese families die, een dag in 1994 hebben moeten buigen in hulpeloosheid zonder de zekerheid te hebben van te kunnen overleven.

Van Nyamata tot Butare, van Kazenze tot Kigali, van Mrambi tot Gysenyi heeft het rode stof van de wegen het opgedroogde bloed van de tragedie bedekt. Overlevenden en volkerenmoordenaars kruisen mekaar in de straten en de markten. De investeerders zijn teruggekeerd. De herinnering is intact, maar willens nillens moet er samen worden geleefd.

We stellen onze hoop in opvoeding tegen indoctrinatie, van de moed tegen haat, van de wijsheid tegen opwinding, van de herinnering tegen het vergeten.

“Het leven is niet het leven dat je hebt geleefd, maar dat je je herinnert en hoe je het je herinnert om het te vertellen” Gabriel Garcia Marquez geschreven.

Ik durf te hopen dat dat ook geldt voor de volkeren en hun geschiedenis.

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *